


Istanbul 17 september 2006
Iki birra hebben we wel verdiend na de hobbelige route naar ons ***-
Topkapi paleis
Onmogelijk is te zeggen wat het meest indrukwekkend van Istanbul is, maar het Topkapi paleis maakt me nederig; ongelooflijke pracht en praal. Ondanks de drukte – daar hebben we geen oog voor – wordt ik haast emotioneel bij het zien van zoveel rijkdom. Chinees porselein, goud/zilver en edelstenen (diamant, opaal, jade, emerald, smaragd, …); geen attribuut (kandelaars, wapens, sieraden) is niet voorzien van voorgaande materialen. En alles in onvoorstelbare hoeveelheden en afmetingen. Schilderijen geven me het gevoel zo terug in de tijd te kunnen stappen. Alles is nog geheel intact; de sultan die zijn gasten ontvangt voor de poort kan er zo staan. Zelfs de boom (destijds jong en iel, nu oud en uitgehold) staat er nog. Aan de noordzijde staat het volledig in marmer uitgevoerde zwembad voor de haremvrouwen. Een schilderij geeft een beeld van de sultan in zijn bankje met het zicht op zijn badende vrouwen. Ik kan het niet laten en neem even zijn plaats in. Ik waan me sultan Harm de 1e maar het zwembad blijft leeg. Het uitzicht over de Gouden Hoorn daarentegen is groots. Dit is een Vorstelijk Paleis met hoofdletter V. Grappig detail is dat de Harem (het prachtig ingerichte maar gesloten gedeelte voor de vrouwen) dubbele muren kent opdat de sultan zijn vrouwen kon afluisteren. De overdaad aan waterkranen maakt dat geheime gesprekken – overstemt door het geluid van stromend water – toch nog konden plaatsvinden.
De Galata brug en verder …
De Galata brug (een monument op zich; lees hiervoor De brug van Geert Mak) biedt
leuke maar wel toeristische restaurants. Aan tafel, onder het overhangende wegdek
zien we de vislijnen van boven naast onze tafel in de Gouden Hoorn verdwijnen. En
bij tijd en wijle ‘zwemt’ er een vis omhoog. ’s Avonds in het donker, wanneer we
bovenlangs ons rondje afmaken zien we pas hoeveel vissers (10-
Achter de brug ligt de ‘nieuwe stad’; Taksim en Galata zijn moderne wijken met toch
ook veel authenticiteit en nostalgie. Na een ritje met de tram en metro stappen we
hoog uit op het Taksimplein; van hieruit gaat het alleen maar bergafwaarts, lekker
makkelijk. De Istiklal Caddesi is een winkelstraat waar Hennes&Maurits volgens mij
ook aanwezig is. Een stapje opzij echter brengt ons echter weer ‘op vakantie’. Via
een stukje Frankrijk (de franse wijk) en Engeland (Pera Palace hotel van Agatha Christie/De
Oriënt Express) komen we in de wijk Galata uit dat weer echt Turks is. Dit is het
kloppend MKB-
We nemen de veerpont naar Azië; voor een prikkie want het is hier ‘gewoon’ openbaar vervoer. We komen aan bij Haydarpaşa, het Aziatische station dat aansluit op de Oriënt Express en leidt naar het verre oosten. Ieder moment verwacht ik dat Hercule Poirot om de hoek komt in het stationsgebouw dat de jaren vijftig perfect weerspiegelt; ik betrap mezelf erop dat ik echt om me heen zoek… De straatjes zijn smal, vol met waren en mensen. Voor een van de winkeltjes staat een kooi met een klein aapje dat traumatisch op een neer springt, tja... Ik koop drie verse vijgen, groot, donkerpaars en vol van smaak. Zo zullen ze bij Appie nooit smaken. We eten in een klein visrestaurantje; geen kaart, geen engels. We kijken in de vitrine en nemen çupra en barbunja, na de versevismarkt lijkt dat altijd goed. ’s Avonds hebben we uitzicht op de verlichte skyline van Istanbul. Een prachtig contrast tussen de feeëriek verlichte oude moskeeën en de neon verlichte restaurants onder de Galata brug.
De toeristische route
We gaan het hele riedeltje af vandaag: de blauwe moskee, de Hagia Sophia en de Grand Bazaar. De blauwe moskee (Sultan Ahmet Camii) mag dan de bekendste zijn, de moskeebeleving hebben we hier niet ervaren. Het bouwwerk is meer dan mooi, maar binnen is het druk, rumoerig, en overal flitsers, gidsen en dat zweetvoetenluchtje. Nee, snel door naar de Hagia Sophia. Deze mag dan van buiten de fijnzinnige architectuur missen de binnenkant is des te indrukwekkender; dit niet in de laatste plaats vanwege het feit dat dit 1500 jaar geleden is gebouwd! Het is gigantisch van binnen en een wonder dat dit er nog zo staat. Het is er redelijk donker en ik gebruik mijn in Galata gekochte ministatiefje van ¥tl 10 om de nodige mooie plaatjes te schieten. Ik word al snel ‘gecorrigeerd’ door een bewaker: het is niet toegestaan om professionele apparatuur te gebruiken en hij wijst mij op het toegangsreglement dat ik in mijn eigen kontzak heb. Na een welgemeend excuus ga ik om de hoek in de herkansing…
De Grand Bazaar is een doolhof, waar ik hoop lang te verdwalen. Ieder straatje is hetzelfde maar toch weer anders. Geen getrek en gezeur dat we m.n. van de kustplaatsen kennen. Istanbul is volgens mij niet seizoenafhankelijk waardoor ze het hele jaar de tijd hebben om het te verdienen. Op gezette tijden treffen we middenin de bazaar groepjes richting Mekka biddende turken; het leven in de bazaar gaat daaromheen gewoon verder. Na de uitgang gevonden te hebben drinken we çai in de theetuin. We raken aan de praat met een Engelse fotograaf die de foto’s update voor zijn reisgids. “Ongelooflijk hoeveel Istanbul is veranderd in de laatste tien jaar” zegt ie, en wij vinden het juist nog zo authentiek… Hoe snel moeten we de wereld rond om niet ingehaald te worden door onze eigen ontwikkeling. Hij adviseert ons de boottrip over de Bosporus naar de Zwarte Zee; we plannen dit voor morgen, onze laatste vrije dag. Eerst gaan we nog naar de hamam, Çemberlitas wordt als de meest traditionele genoemd. We nemen een volledige behandeling: wassen, scrubben en masseren. We worden direct na binnenkomst gescheiden en we zien elkaar vervolgens anderhalf uur niet meer. Temidden van voornamelijk turken laat ik het allemaal over me heen komen. In mijn lendendoek was ik me een beetje in de hoek en kijk hoe anderen het ritueel ondergaan. Ik word geroepen en laat me op mijn buik liggend op het marmeren ‘altaar’ volledig onderdompelen in een wolk van babyolie schuim. Ik krijg een stevige wasbeurt en wordt – als weerloze op een glijbaan – naar de volgende geschoven die me behendig op mijn rug werpt en verdergaat met de zeeppartij. Het lukt me nauwelijks om het genot voor me te houden. Het scrubben gebeurt in een andere ruimte en gaat er steviger aan toe. Deze turk is dan ook wat steviger dan de voorgaande twee. Ik maak me zo langzamerhand zorgen over de massage. Dit valt gelukkig mee, het is een Engelssprekende sportmasseur die exact weet wat ie doet. Nagenoeg tegelijk komen we weer bijeen, monter en moe.
Over de Bosporus naar de Zwarte Zee
We gaan vroeg op pad om kaartjes te kopen voor de boot naar de Zwarte Zee. We pakken
de tram; hij zit vol. Wanneer halverwege een echtpaar instapt sta ik mijn plek af
voor de oudere vrouw. De tram vertrek met een schok en de vrouw valt bijna in mijn
plek. In een reflex steek ik mijn hand uit om de vrouw op te vangen maar die ontwijkt
ze nauwgezet. Het gaat allemaal goed, de vrouw kijkt me niet aan, de man bedankt
me. Lopend kruisen we de hoofdweg die langs de kust loopt via de ondergrondse voetgangerstunnel.
Boven ons barst het onweer los en als vanuit het niets komen overal verkopers met
paraplu’s tevoorschijn. Ze vinden gretig aftrek bij iedereen, niemand is gekleed
op het noodweer. Ze draaien in vijf minuten een top-
De boot vertrekt pas om half elf en we vullen onze tijd met de Egyptische bazaar.
Hier vinden we een dierenwinkel waar naast de allerliefste puppies ook bloedzuigers
en babyalligators worden aangeboden. Achter de bazaar is de fourniturenwijk; etalages
vol met linten, knopen, garen én D&G en Gucci gespen. Haut Couture is hier een doe-
We gaan aan boord van de veerpont en vinden een mooi plekje aan het raam. Grote zeeschepen
varen hier ruim onder de twee gigantische hangbruggen door die Europa en Azië met
elkaar verbinden. Minuscule autootjes gaan heen en weer over het streepje tussen
de continenten. We doen onderweg vijf havens aan in Europa en Azië waar veel forensen
aan wal gaan alvorens we aankomen in Sariyer. Dit is het laatste station voordat
de eindeloze Zwarte Zee aantreedt. Er zijn nog voldoende toeristen over om het kleine
dorpje volledig te overspoelen; in een mum van tijd zitten de terrasjes vol. We vinden
een mooi plekje op een terras op het water en nemen – natuurlijk – vis: Barbunia
en Bonito. Onder ons wemelt het van de visjes die we flink verwennen met vers brood.
We schuiven wat op en staan ons plekje af aan twee Iraanse jongetjes die de visjes
de volgende lading geven. We proberen contact te krijgen met het Iraanse echtpaar
maar dat lukt niet echt en laten het er al snel bij. We hebben mooi zicht op het
op-
Op het ‘centrale plein’ zit een man op een bankje en verkoopt verse vijgen. Ik weet inmiddels hoe lekker ze zijn en wil er drie van hem kopen; hij wil er niets voor hebben. Ik zet hem op de foto en hij kijkt me nu dagelijks aan.
De teugvaart gaat sneller dan heen. In de stad doen we nog even de Cisternen (ondergrondse waterreservoirs) aan. Het mooie van Istanbul is dat alle bezienswaardigheden om de hoek liggen. Hoe we ook lopen we komen altijd wel iets van historische waarde tegen. De feeërieke verlichting geeft een magisch beeld aan de grote hal vol met pilaren en het hoofd van Medusa.
Tot slot…
De laatste dag is voor de mooiste moskee, de Suleymaniye Camii. Hier geen gidsen, flitsers en zweetvoeten. Het is er stil en we wanen ons echt in een spirituele omgeving. De serene rust maakt de moskee nog indrukwekkender dan ie al is. Een enorme kandelaar met een doorsnee van meer dan tien meter met meer dan 100 schitterende lampjes in glaasjes zweeft twee meter boven de grond. Het dak is een opeenstapeling van ‘holle bollen’ waarbij ik me afvraag wat dit in de lucht houdt. Ik kijk als het ware in een universum van prachtige beschilderingen en lichtvensters.
We sluiten de dag af zoals we begonnen zijn en slenteren wat door de achterbuurten. Vervallen houten huizen herbergen gezinnen en werkplaatsen. Vrouwen zitten op straat plastic vliegtuigjes in elkaar te zetten en in een kelder zie we een plastic wegwerpbordjes fabriek. We kopen nog wat snuisterijen in een vijf etages tellend warenhuis dat niet voor toeristen is bedoeld. Hier blijkt het allemaal nog goedkoper dan in de bazaar… Zes dagen Istanbul is te kort om alles te zien maar lang genoeg om wat we zien te kunnen verwerken. Een aaneenschakeling van indrukken waar we lang op kunnen teren.